Netbeheerders hebben nu lange wachttijden voor verzwaringen en zwaardere aansluitingen.Lange wachttijden bij netbeheerders. Check uw postcode →
Contact opnemen Inloggen

KennisbankGroepenkast en meterkast

Aardlekschakelaar aansluiten: hoe het hoort en waarom het geen klusje is

Bijgewerkt op 19 augustus 2026 · 7 minuten lezen · door Kevin Hermans, installateur, NEN 3140 vakbekwaam persoon

Kort antwoord

De aardlekschakelaar zit tussen de hoofdschakelaar en de groepen. Fase en nul gaan er bovenlangs in en onderlangs weer uit naar de automaten en de nulrail. De kritieke fout is de nul: elke groep moet zijn nul terugkrijgen via dezelfde aardlek waar hij zijn fase vandaan haalt. Doe je dat niet, dan slaat de boel er direct uit of, erger, hij beveiligt niet.

Omslagbeeld van het artikel Aardlekschakelaar aansluiten

Voor wie is dit artikel Dit is vakinhoudelijke uitleg voor mensen die willen begrijpen hoe het zit, en voor collega-installateurs. Het is geen instructie om het zelf te doen. In een groepenkast blijft de aansluiting vanaf de hoofdzekering onder spanning, ook als alle automaten uit staan. Werk hier alleen als je aantoonbaar vakbekwaam bent volgens NEN 3140.

Waar hij in de keten zit

De volgorde in een woningkast is altijd:

  1. Hoofdaansluiting en hoofdzekering (van de netbeheerder, verzegeld)
  2. Kilowattuurmeter
  3. Hoofdschakelaar
  4. Aardlekschakelaar of aardlekschakelaars
  5. Installatieautomaten per groep
  6. De vaste installatie het huis in

Elke aardlekschakelaar bewaakt de groepen die erachter hangen. Maximaal vier eindgroepen per aardlek, dat volgt uit NEN 1010. Zie ook aparte groepen toepassen.

Schema van de volgorde in een groepenkast Beeld B: schema-kaart met de zes stappen als eendraadschema.

Hoe hij werkt, kort

Binnenin zit een stroomtransformator waar de fase en de nul beide doorheen lopen. Bij een normale kring is de stroom heen precies gelijk aan de stroom terug, dus het magnetische veld heft elkaar op.

Lekt er stroom weg naar aarde, dan komt er minder terug via de nul dan er via de fase in ging. Dat verschil wekt een spanning op in een detectiespoel, en die trekt het relais los. Bij 30 milliampère verschil schakelt hij binnen enkele honderdsten van een seconde af.

Dit is meteen de reden waarom de nul zo kritisch is: als de nul van een groep via een andere aardlek terugloopt, ziet de schakelaar een verschil dat er niet is en klapt hij eruit. Of andersom, en dan meet hij een lek niet.

De aansluiting stap voor stap

  1. Kast spanningsvrij maken en controleren. Let op: alleen het deel achter de hoofdschakelaar wordt spanningsvrij. Vóór de hoofdschakelaar blijft er spanning staan. Meten, niet aannemen.
  2. Op de DIN-rail klikken. Meestal links in de rij, met de bijbehorende automaten rechts ervan.
  3. Voeding aansluiten op de bovenklemmen. Fase en nul komen vanaf de hoofdschakelaar. Doorsnede volgt de aansluitwaarde, meestal 10 of 16 mm². Adereindhulzen op elke ader, zie bedrading in de groepenkast.
  4. Uitgangen aansluiten op de onderklemmen. De fase gaat naar de kamrail die de automaten van deze aardlek voedt. De nul gaat naar een aparte nulrail die alléén bij deze aardlek hoort.
  5. Per aardlek een eigen nulrail. Dit is het punt. Elke aardlek krijgt zijn eigen nulklemmenblok en de groepen achter die aardlek gebruiken uitsluitend die nulrail.
  6. Aanhaalmomenten volgens fabrikantopgave. Met een momentschroevendraaier, niet op gevoel.
  7. Doormeten en testen. Isolatieweerstand, doorverbinding van de beschermingsleiding, en de aardlek zelf meten op afschakelstroom en afschakeltijd met een aardlektester.
  8. Groepenkaart bijwerken.

De vier fouten die het vaakst gemaakt worden

1. Nullen door elkaar. Verreweg de meest voorkomende. Groep 5 haalt zijn fase van aardlek B maar zijn nul komt op de nulrail van aardlek A. Symptoom: de aardlek slaat eruit zodra die groep belast wordt, of hij blijft staan terwijl er wel een lek is. Dit gebeurt bijna altijd bij het uitbreiden van een bestaande kast, wanneer iemand de eerste vrije nulklem pakt die hij ziet.

2. Meer dan vier groepen achter één aardlek. Toegestaan is vier. Meer betekent dat er bij een storing een groot deel van het huis tegelijk uitvalt, en dat het lastiger wordt de oorzaak te vinden.

3. Te licht gedimensioneerde voeding. De aardlek moet minstens de nominale stroom van de hoofdschakelaar aankunnen. Een 40A aardlek achter een 63A hoofdschakelaar is fout.

4. Verkeerd type. Type AC mag niet meer in nieuwe installaties. Type A is de basis. Bij laadpalen en sommige omvormers is type B of een paal met eigen DC-detectie nodig, zie laadpaal thuis: 1-fase of 3-fase.

Aardlekschakelaar of aardlekautomaat

Aardlekschakelaar Aardlekautomaat
Beveiligt tegen lekstroom ja ja
Beveiligt tegen overbelasting en kortsluiting nee ja
Modules 2 per stuk, bewaakt max 4 groepen 1 per groep
Bij een storing valt uit alle groepen erachter alleen die ene groep
Materiaalkosten lager hoger
Bedradingsfouten met de nul risico aanwezig niet mogelijk

Aardlekautomaten zijn duurder maar praktisch beter, en de klassieke nulfout kan er niet mee gemaakt worden. Bij ons is dat de standaard tenzij de klant iets anders wil.

Wanneer bel je een installateur

Voor het aansluiten zelf, en voor het narekenen van een bestaande kast waar meerdere partijen aan hebben gezeten. Willekeurig uitvallende aardleks zijn in negen van de tien gevallen een bedradingsfout en geen defect component.

Loopt het nu vast, ga dan naar de storingsdienst en kies zelf een tijdslot. Moet de kast vernieuwd worden, kijk dan bij groepenkast vervangen of vraag een offerte aan.

Veelgestelde vragen

Mag ik zelf een aardlekschakelaar aansluiten?

Er is geen wettelijk installatieverbod voor particulieren, maar praktisch niet doen. Het deel vóór de hoofdschakelaar blijft onder spanning en zonder meetapparatuur kun je niet aantonen dat het klopt.

Hoeveel groepen mogen achter één aardlekschakelaar?

Maximaal vier eindgroepen.

Waarom heeft elke aardlek een eigen nulrail nodig?

Omdat de schakelaar de stroom in de fase vergelijkt met de stroom terug in de nul. Loopt de nul via een andere aardlek, dan meet hij een verschil dat er niet is.

Wat is het verschil tussen een aardlekschakelaar en een aardlekautomaat?

De aardlekschakelaar beveiligt alleen tegen lekstroom. De aardlekautomaat doet dat en beveiligt tegelijk tegen overbelasting en kortsluiting, per groep.

Welke doorsnede voor de voeding van de aardlek?

Die volgt de hoofdschakelaar. Bij 40A meestal 10 mm2, bij 63A meestal 16 mm2.

Mijn aardlek slaat willekeurig uit, is hij stuk?

Meestal niet. In negen van de tien gevallen is het een bedradingsfout met de nul of een apparaat dat lekt. Loop eerst het stappenplan bij een aardlek die eruit slaat door.

Verder lezen

Kom je er zelf niet uit? Stuur een foto van je meterkast via WhatsApp, dan zeg ik je of het iets is om je zorgen over te maken. Dat kost je niets.

Foto sturen via WhatsApp Of bel +31 43 204 18 26

Vragen en reacties

Stel je vraag hieronder. Voor 17:00 op een werkdag gevraagd, dezelfde dag antwoord van Kevin zelf. Geen account nodig, en je e-mailadres komt niet op de site.

Stel je vraag

Alleen om je te laten weten dat er antwoord is. Het komt niet op de site en gaat niet in een mailinglijst.

Reacties worden gelezen voor ze op de site komen. Vragen, correcties, ervaringen en kritiek plaats ik. Reclame en adviezen die mensen aanzetten tot werken aan een installatie onder spanning niet.

WhatsApp